zaterdag 28 juli 2018

Modderen richting Ongiiklooster

 Vandaag regende het en voorlopig hield het niet op. Eerst reden we bij de familie in de ger langs want Jaap had gezegd dat hij jakkaas wilde kopen. Terwijl Jaap en Bazraa naar binnen gingen, bleven wij even wachten in de auto. Het was nog geen 8 uur. Dat was maar goed ook want Jaap vertelde dat behalve de moeder iedereen nog in de bedjes lag met minstens twee personen. Toen Jaap er weer was gingen we rijden. Niels dacht op de kaart gezien te hebben dat we na 70 km een stuk van ca. 100 km asfalt zouden krijgen, maar nee. De hoofdweg is ook gewoon een modderweg. Onderweg werden we gestopt omdat we door een gebied met mond- en klauwzeer kwamen. Jaap en Diane werden er een beetje zenuwachtig van.
hier werden onze wielen een beetje afgespoten
 Op een gegeven ogenblik leek het net alsof het ondanks de modderweg, toch lekker opschoot. Toen zaten we ineens vast in een soort moeras. Wij duwen. Stenen zoeken voor onder de wielen... Maar het werd alleen maar erger.
vast maar het lijkt te overzien
 Op een bepaald moment zei ik tegen Bazraa; 'kom mee. We gaan hulp halen in die ger. Jij moet mee want ik kan het niet alleen" Dat deden we.
hier gingen we heen
 Van een afstand begon Bazraa al te roepen want ze zag een hond. Er kwam een oude man op ons af die ons uitnodigde mee naar binnen te gaan. Binnen in de ger zaten twee mannen op de grond met het achterwiel van een motor. Ze waren de kogellager aan het vervangen. De ene man zat op zo'n typische manier dat ik meteen wist waarom Downers mongolen genoemd worden. In een van de bedden lag onder een jas iemand te slapen met een klein kindje. Er liep een meisje in een roze "frozen" jurkje rond dat aan haar grote zus vroeg haar haren te kammen. Ik kreeg een krukje onder mijn kont gedouwd en de zoon des huizes van zo'n jaar of 12 kwam binnen om ons airak en gedroogde jakyoghurt aan te bieden. Bazraa deed het verhaal en er kwam volgens mij geen enkele reactie. De mannen gingen onverstoorbaar door met waar ze mee bezig waren. Mannen van weinig woorden. Opeens kwam de persoon op bed in beweging. Het bleek een vrouw te zijn. Ze deed haar truitje aan en haar jas en ging naar buiten om de paarden te melken. Wij gingen maar weer terug. Volgens Bazraa zouden ze komen om te helpen. Ik had geen idee hoe ze daar bij kwam. Maar inderdaad na een half uur kwamen er twee mannen naar buiten die hun vrachtwagentje volladen met balken en onze kant op kwamen.
balken onder de wielen en krikken



veel gemodder en gedoe

maar het is deze twee helden gelukt om ons weg te krijgen. Als beloning kregen ze een sigaret van Moogie. Ze gingen er eens lekker bij zitten en haalden van alles uit hun gewaden en hun laarzen
 We konden weer verder. Dit geheel had ons ruim twee uur gekost en we moesten nog een heel eind. Het regende nog steeds.. Ergens in een heel klein dorpje gingen we in een tentje lunchen. (prima bami) We reden door het groene land dat langzaam aan steeds steppe-achtiger werd. We zagen een paar grote meren waarvoor we niet écht konden stoppen en eruit gaan want Moogie wilde door. Op het eerste gezicht zaten er: grutto's, kluten, mongoolse plevieren en bergeenden. Op de steppe zagen we een vos lopen en arendbuizerden zitten. We zagen steppehoenders en steen arenden. Toch aardig voor eigenlijk niet stoppen.
 Toen kwamen we bij Ongii. Een vervallen klooster met een gerkamp ernaast. Het klooster was al dicht. dat bekijken we morgen wel. Eerst maar eens lekker eten.

na zo'n regendag gaat de zon wel heel mooi onder



vrijdag 27 juli 2018

Naar de Orkhon waterval en bij een familie op visite

De dag begon alweer een beetje miezerig maar ik ging ervan uit dat  het wel weer op zou knappen. Dus korte broek en sandalen aan en gaan. Al snel gingen we weer van het asfalt af en reden we constant door allerlei beekjes en rivieren. We hobbelden lekker tot we bij een cache kwamen. Dat bleek weer een Deer Stone veld te zijn. 
Deze tekeningen waren iets minder duidelijk



Je zou maar niet weten of je er mag rijden.
 Voor de lunch waren we bij ons volgende kamp. Een groot, betrekkelijk nieuw kamp dat geleid wordt door een moeder en haar puberdochter die toerisme studeert in UB. Ze had er ook een vriendinnetje bij en zat vreselijk te giechelen. Na de lunch gingen wij wandelen naar de waterval.

bereikt!
Terug klommen we ergens van het klif af en liepen via de rivier terug.

prachtige route


casarca
daarna weer omhoog. (gelukkig toch een lange broek aan gedaan. Lekker tegen de prikkers)
Toen we terug waren, gingen we met Bazraa en Moogie (want hij reed) op visite bij vrienden van Bazraa. Haar tweede vader en moeder noemt zij ze. Zij leven traditioneel nomadisch in een ger. Als bijverdienste hebben ze een extra ger die ze nu en dan verhuren aan toeristen. Je bent dan bij hen te gast.
de airak ton
Zij leven van wat de dieren opleveren. Sowieso Airak. dat is gefermenteerde paardenmelk. Wij kregen allemaal een soepkom met airak om te drinken. Gelukkig mag je het na een slokje terug geven. Hoewel het enigszins aan karnemelk doet denken, werd ik er acuut misselijk van. De rest van ons gezelschap vond het lekker. Daarna kregen we nog gedroogde jakyoghurt (jaggie) en jakmelkwodka (ook smerig). Beleefd nam ik van alles slokjes en hapjes. In de ger brandde de kachel waarop de wrongel voor de kaas stond te pruttelen. Het rook er naar warme melk en het was er warm. Ik was blij dat we naar buiten mochten om naar het melken te kijken.

Iedere 2 uur, 5 keer per dag worden de paarden gemolken Eerst mag het veulen nog wat drinken. Anders schiet de melk ook niet toe, daarna melken ze het paard. Het veulen blijft in de buurt zodat het paard denkt dat het drinkt. (Hoewel een groot hoofd, toch niet erg slim) KLIK HiER voor een filmpje van het melken
Bazraa met het jongste kind van de familie
 KLIK HIER voor een filmpje over het maken van airak
er was pas een geit geslacht
Na deze leuke visite gingen we (nienke een beetje misselijk) weer terug naar onze ger. Een bijzondere ervaring!

donderdag 26 juli 2018

Naar Kharhorin, het vroegere Karakorum, de hoofdstad van Djingsis Khan

 Om 7 uur vanmorgen zaten we lekker aan de champignonsoep. Na een stevig ontbijt vertrokken we naar Kharhorin. Al snel zaten we op een verharde weg door de groene heuvels. Het motregende af en toe een  beetje. Het was eigenlijk een beetje saai, maar het was niet ver. Al voor 12 uur waren we bij ons ger kamp. Veel te vroeg dus eerst maar naar het museum van de stad.
dorpje onderweg
 Het museum had allerlei prachtige opgravingen uit de Oghronvallei waar ook Kharhorin in ligt. Kharhorin is het vroegere Karakorum de hoofdstad van het Mongoolse rijk in de tijd van Djingsis Khan. Lees HIER MEER. Het was een mooi museum met precies genoeg spullen. Niet te veel en niet te weinig.


Daarna lunchten we op het kamp. Het werd opeens lekker weer dus dat deden we buiten
Het kamp ligt aan een rivier. Niels en ik liepen er even heen en we zagen een boom vol zwarte wouwen (dûh), oeverlopers, alscholvers en hoppen


en een padje

we hebben een heel chice ger!
 Daarna gingen we naar het wereld beroemde Erdene Zuu klooster. KLIK HIER voor meer informatie
Voor de deur weer een heel toeristische toestand maar binnen was het rustiger.




zwarte roodstaart heeft zijn einde gevonden in het klooster

monniken aan het verhuizen of zo

aangezien de mijne mislukten, maakt Bazraa de selfie want dat schijnt te moeten in het klooster

monnikjes zijn heus heel druk met de soetra's
 Via de achteruigang gingen we naar buiten. We kwamen op een groot grasveld waar even verderop de schildpad die ooit een van de vier wachters van de stad was. Erom heen weer de souvenirstalletjes en een soort overzicht van de opgravingen

 Bazraa en ik wilden een cache zoeken. Hij lag zo'n 1,5 km verderop op het grasveld
deze dovenetel prikt!

We ontdekten nóg een schildpad! Voor mij bijzonder maar niet super. Voor Bazraa echt een ontdekking. Dat is nou het leuke van geocachen!

woensdag 25 juli 2018

Naar de Tsenher warmwaterbronnen

Nou, we waren gewoon weer om 7 uur aan het ontbijt. Een mooi traditioneel aangekleed meisje zegende onze autobanden met jakmelk voor een veilige reis. Eerst reden we weer door de hobbels en de bobbels richting vulkaan en daar kwamen we op een asfaltweg. Op een gegeven ogenblik zagen we een groep herders op paarden hun kudde schapen en geiten over de rivier drijven. dat was een mooi gezicht.
 Als je hier op KLIKT kan je het in bewegende beelden zien.
ze gaan uiteindelijk dus wel allemaal
 Na weer een tijd rijden, sloegen we af naar een rots. De heilige rots Taikar Chuluu. Het lijkt een beetje op Ayers Rock (Uluru) in Australië maar dan 50X kleiner. Die rots is dus eigenlijk de steen waarmee de dappere jongen de slang gevangen heeft in een hol. Hij kan er nooit meer uit en iedereen is gelukkig. Het is nogal een toeristische toestand met allemaal kraampjes eromheen waar alle Mongoolse toeristen ook van alles kopen (vooral airak).

je kan ook een rondje op een hybriede jak maken
Hierna gingen we weer verder over de asfalt weg die plotseling geen asfalt meer had maar alleen stabiliseerzand . Dat was me een stoffige toestand. Moet je bedenken dat er ook nog gewoon allerlei mensen op brommertjes en paarden overheen rijden. KLIK hier voor een impressie toen het ergste al voorbij was
Nadat de weg afgelopen was, moesten we tol betalen en kwamen we in Tsetserleg. Een stadje waar we gingen lunchen en een klooster annex museum bezoeken. Het restaurant zat nog vol dus we gingen eerst even naar de markt.
 KLIK voor een straat impressie

Natuurlijk eerst weer een Boeddah bovenop de berg bekijken

klooster

vervallen deel van het klooster

Het museum in een van de gebouwen


Er was ook een afdeling over de socialistische tijd

Tsetserleg heeft ook nog vervallen Kolchozen en zo uit de socialistische tijd.
 Vanaf Tsertserleg hield het asfalt weer op en moesten we door allerlei rivieren en zompige weilanden. Ergens zaten  we opeens vast. Precies op een plek waar een familie z'n ger aan het veerhuizen was. Alle spullen gingen op een klein pick-up truckje. Dat was leuk om te bekijken.



Al snel kwam er hulp in de vorm van een 4WD auto die ons eruit trok.
 Al hobbelend en door rivieren rijdend, kwamen we opeens weer in een supertoeristische toestand. Overal stonden gerkampen. de een nog luxer dan de ander. Maar geen asfalt, hè? Wij zaten in het laatste kamp. De meest basic, maar wel het dichtste bij de hete bron. Want daar was het allemaal om te doen.
zitten ze dan.

beeld ergens achteraf op het terrein
 Diane en ik zijn nog even naar de echte bron gelopen. Het stonk er lichtjes en het zag er enigszins vervallen uit...
heetwaterbron




onze ger